
Catching Flies bouwde een album uit eb en vloed — en schreef het op maandagen in kustplaatsjes
George King noemde de plaat ‘Tides’ en legt hem simpel uit: verdriet maakt plaats voor geluk, en de zee is er hoe dan ook. Eén nummer kostte hem twintig minuten, de titeltrack maanden.
Catching Flies heeft het album ‘Tides’ uitgebracht — een plaat over de cyclische aard van alles, gemaakt tussen Londen en de kusten van Groot-Brittannië en Frankrijk.
Het tijdschrift C-Heads vertelde erover in een lang interview.
‘Het gaat hier allemaal over eb en vloed. De afgelopen jaren waren op zijn zachtst gezegd interessant — persoonlijk en wat de wereld betreft. Ik kwam steeds terug bij het idee van getijden, bij de cyclische aard van alles, bij hoe verdriet plaatsmaakt voor geluk… en andersom. Uiteindelijk komt het goed, en wat er ook gebeurt: de zee is er nog steeds, een constante in de waanzin’, zegt de muzikant.
Achter het alias Catching Flies gaat George King schuil, een Londenaar en kleinzoon van een jazzpianist. Op zijn vijftiende begon hij te componeren, maakte hiphopinstrumentals voor vrienden en sneed samples uit vinyl dat hij in kringloopwinkels kocht, met J Dilla, MF DOOM en Madlib als richtsnoer. De elektronica bereikte hem via de cd’s die hij van zijn broer jatte: Boards of Canada, Nightmares on Wax, AiM, Morcheeba.
Het eerste nummer van het album, ‘GLY’, ontstond toen hij in de Vancouverse wijk Kitsilano woonde, op een minuut lopen van het strand. Terug in Groot-Brittannië kreeg hij de gewoonte om elke maandag naar een ander kustplaatsje te reizen en daar de hele dag te werken.
Het album stelde zichzelf samen. ‘Ik ga nooit zitten om een album te maken’, legt hij uit. ‘Ik maak het vorige af en begin aan nieuwe muziek. Op een gegeven moment heb je zes of zeven nummers die je mooi vindt, en dan kijk je wat er ontbreekt.’ ‘Diamonds’ schreef hij in twintig minuten — volgens hem een zeldzaamheid; de titeltrack ‘Tides’ kostte maanden vanwege het aantal lagen.
De strijkers arrangeerde Thomas Lea, die met Bonobo en Adele heeft gewerkt: hij neemt alle strijkinstrumenten zelf op in zijn studio in Los Angeles en stapelt ze tot het als een kwartet klinkt.
‘Voor mij zijn strijkers het enige instrument naast de stem dat het bereik en de emotie daarvan kan nabootsen. Mijn muziek is grotendeels instrumentaal, dus wil ik iets hebben op de plek waar anders tekst zou staan’, legt King uit.
Het nummer ‘The Last Phone Call’ groeide uit een gesproken spraakbericht dat zijn vriend Dan — ook bekend als Imaginary Friend — hem in 2012 stuurde. De opname lag jaren in een map: King wist niet hoe hij het moest aanpakken, zo sterk was de tekst. Dan had hem ergens in het niets in Italië op een iPhone ingesproken, dus in de mix moest lang tegen de cicaden worden geëqualiseerd — maar de melancholie van die take zou nooit opnieuw te vangen zijn geweest.
Nog een detail over zijn methode: in zijn map ‘Samples’ staan zo’n veertigduizend audiobestanden, van opnamen van communicerende walvissen tot soloplaten voor harp uit de jaren zeventig.









Reacties
Laden…